Waarom maken we dt-fouten?

Finalist: Polly Jean Hollanders
Mentor: prof. dr. Dominiek Sandra en dra. Hanne Surkyn 

Er bestaat geen groter taboe in de Nederlandse spelling dan dt-fouten. Als je weet hoe we kennis verwerven, begrijp je ook waarom de hardnekkigheid van die fouten zo scherp veroordeeld wordt. De regels voor de werkwoordspelling zijn immers gemakkelijk uit te leggen (bv. stam + t), je leert ze reeds op de lagere school en als je er fouten tegen maakt, word je ervoor bestraft. Vanuit dat perspectief is het inderdaad merkwaardig dat we allemaal af en toe een dt-fout maken. Zelfs als we die meteen corrigeren, moeten we toegeven dat ons taalbrein in eerste instantie fout was. Het onderzoek van prof. dr. Dominiek Sandra en dra. Hanne Surkyn heeft aangetoond dat de hardnekkigheid van dt-fouten het gevolg is van valstrikken die ons eigen ‘taalbrein’ voor ons spant. 
Samen met haar mentoren gaat Polly Jean op zoek naar het patroon achter dt-fouten en probeert ze een antwoord te vinden op een aantal vragen. Waarom is de spelling van werkwoordsvormen als word en gebeurt zoveel moeilijker dan de spelling van bijvoorbeeld open en gesloten lettergrepen (bv. latten vs. laten)? Zijn er omstandigheden die het maken van een dt-fout kunnen uitlokken? Is dat risico groter voor de ene werkwoordsvorm dan voor de andere? Maken jongens en meisjes evenveel dt-fouten? Maken tieners bewust dt-fouten op chatmedia, als een middel om op te vallen, of gelden daar dezelfde patronen als in meer formele schrijfsituaties, zoals dictees? Polly Jean onderzoekt met haar mentoren een klein corpus van chatdata om na te gaan welke factoren de dt-val open zetten. Ze maakt ook kennis met de uitkomsten van verschillende taalexperimenten die binnen het onderzoeksteam van haar mentoren zijn uitgevoerd. 

Close Menu