Opgave 5: DT-KWESTIE

(opgesteld door Prof. dr. Dominiek Sandra & Hanne Surkyn)

Ook mensen zonder dyslexie kunnen problemen hebben met de Nederlandse spelling. Berucht zijn de dt-fouten die iedereen wel eens maakt. Maak je zo een fout in een sollicitatiebrief, dan zal dat door sommigen als een teken van domheid worden gezien. Taalwetenschappers denken echter niet in de eerste plaats in termen van ‘dom’ of ‘slordig’. Zij willen juist begrijpen waarom sommige fouten blijven voorkomen. Op basis van onderzoek heeft men kunnen achterhalen dat de oorzaak van veel dt-fouten verband houdt met de manier waarop onze hersenen werken.
Hieronder vind je een kleine greep uit wat jongeren uit de provincie Antwerpen met elkaar hebben uitgewisseld via Facebook Messenger en WhatsApp.

[1] Die heeft gehoord dat em zot van u is

[2] Zij zei da hij niks heeft gezegd over die date

[3] Bekijk die video aub es die hij u heeft gestuurd

[4] Ze geloofd da toch ni ge kent ze toch

[5] Kweeni L.. miss omda zij haar profielfoto heeft verandert?

[6] Hahaha omda die eindelijk die tattoo heeft verwijdert J

[7] Ik zeg u da zij mij NIE de waarheid heeft vertelt over gisteren!!

Er komen nogal wat dt-fouten in voor. Duid de factor aan die op basis van de bovenstaande data de meest betrouwbare voorspeller is van het ontstaan van een dt-fout. 

A. Een werkwoordsvorm in de eindpositie van een zin.
B. Een ‘t’ in de werkwoordsstam.
C. Een mannelijk onderwerp.
D. Een werkwoordsvorm met een homofoon (= een woord dat in uitspraak gelijk is, maar een verschillende schrijfwijze heeft).
E. Een werkwoord waarvan de infinitief begint met ‘ge-’.

 

Optie C is fout: de vormen ‘geloofd’, ‘verandert’ en ‘vertelt’ (3 van de 4 dt-fouten) hebben een vrouwelijk onderwerp. Over optie B kun je op grond van het corpus niets besluiten, want het bevat geen werkwoorden met een ‘t’ in de werkwoordsstam. Optie A klopt ook niet want er komen in de voorbeelden twee dt-fouten voor in eindpositie (‘verandert’ en ‘verwijdert’) en twee niet in eindpositie (‘geloofd’ en ‘vertelt’). Wel heeft wetenschappelijk onderzoek uitgewezen dat de afstand tussen de werkwoordsvorm en het onderwerp of tussen het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord een effect heeft op het voorkomen van dt-fouten. Hoe groter namelijk die afstand, hoe groter de kans op een fout. Maar de eindpositie op zich is dus geen goede hypothese. Optie E klopt op basis van het corpus evenmin: het enige werkwoord waarvan de infinitief met ‘ge-‘ begint is inderdaad fout gespeld (‘geloofd’) maar ‘ge-‘ is geen sterkere trigger dan ‘ver-‘. Immers, alle werkwoorden waarvan de infinitief begint met ‘ver-‘ worden verkeerd gespeld (‘verandert’, ‘verwijdert’, ‘vertelt’). Maar van optie E is het niet meer zo’n grote stap naar de juiste hypothese D. Onderzoek toont aan dat werkwoorden waarvan de infinitief met ‘ge-’ of ‘ver-’ begint, wel vaker verkeerd gespeld worden. Dat heeft te maken met het feit dat ze vaker homofone werkwoordsvormen hebben. Zo bestaat van het werkwoord ‘geloven’ de gelijkklinkende vorm ‘gelooft’ (zij gelooft) en ‘geloofd’ (zij heeft geloofd). De vorm die het vaakst voorkomt wordt doorgaans het snelst geactiveerd in ons taalbrein. Dat is het gevolg van de werking van ons taalgeheugen. Het is een proces dat sneller gaat dan de analyse die we moeten maken als we de regels bewust toepassen. 

Nog meer weten over de oorzaak van dt-fouten?
https://www.eoswetenschap.eu/psyche-brein/dt-fouten-maak-je-je-hoofd-0

Close Menu